Nieuwe brieven ontdekt van Belle van Zuylen

29 oktober 2012

Brief Belle van Zuylen 24 november 1797

In het Nationaal Archief in Den Haag zijn vier nieuwe brieven van Belle van Zuylen ontdekt. Zij schreef de brieven aan haar 13-jarige neef Carel Lodewijk van Tuyll van Serooskerken (1784-1835). Conservator Karlien Metz geeft hieronder meer informatie. De brieven zelf kunnen worden bekeken op de website van het Nationaal Archief.

Schenking

In 2005 ontving het Nationaal Archief een schenking van jonkheer F.V. Beelaerts van Blokland. De schenking betrof 23 meter aan materiaal, allerlei brieven en andere documenten verpakt in dozen, kistjes en plastic zakken. Hein Jongbloed, archivaris van het Nationaal Archief, deed de vondst: een paar handgeschreven velletjes waarop stond "brieven aan C.L. de Tuyll van zijn tante." Dankzij deze zin werd duidelijk van wiens hand de brieven zijn: "J'avois commencé un petit roman intitulé Henriette et Richard." De roman Henriette et Richard werd geschreven door Belle van Zuylen.

Deze tot nu toe onbekende brieven zijn een prachtige vondst. Het was niet bekend dat Carel Lodewijk een briefwisseling had met zijn tante. Op 24 november 1797 schrijft Belle aan haar neef: "Ja, natuurlijk weet ik van uw bestaan, beste neef. Uw moeder heeft de lof van u gezongen, maar ik heb u laten opgroeien, met het vaste voornemen op een dag kennis met u te maken." De brieven bevestigen Belle's moderne, door de Verlichting beïnvloedde, denkbeelden. Dat deze nieuwe brieven in Nederland gevonden zijn, is voor Slot Zuylen van groot belang. Het merendeel van Belle's handschriften bevindt zich namelijk in Zwitserland.

Correspondentie

De correspondentie met de oudere broer van Carel Lodewijk, Willem René (1781-1852), was wel bekend. Aan beide neven geeft Belle adviezen met het verschil dat ze Willem René aan probeert te sporen om iets van zijn leven te maken, terwijl ze vindt dat Carel Lodewijk al goed op weg is. Hij wil bij de marine en Belle moedigt hem aan om die toekomstdroom te verwezenlijken. Daarbij maakt ze wel een politieke connotatie, door toedoen van de Oranjestadhouders is de marine er volgens Belle ernstig op achteruit gegaan: "U wilt zeevaarder worden, dat is moedig, een roeping die heel mooi was in ons land, toen we nog een echt land waren. De Prinsen van Oranje […] hebben bij ons niet die geest van onafhankelijkheid in stand gehouden, die ons vroeger Hollander maakte, en geen Engelsman of Fransman." Een maand daarvoor was een groot deel van de Hollandse vloot in Engelse handen gevallen.

Verder raadt Belle haar neef aan om "de exacte wetenschappen, wiskunde, algebra en astronomie" te bestuderen. Ook moet hij de Engelse werkwoorden "to have en to be" foutloos kunnen vervoegen. Belle schrijft dat zij het Engels heeft geleerd van passanten in Utrecht. Het Engels zal Carel Lodewijk uiteindelijk goed van pas komen, in 1801 gaat hij in dienst bij de Engelse marine.

Als Carel Lodewijk schrijft dat hij van jagen houdt, vraagt ze of hij het niet naar vindt die levendige hazen gekneld te zien zitten in zo'n val. "Als ik alleen zou wonen, zou ik noch vlees noch bouillon tot me nemen", schrijft ze. Maar open voor kritiek vervolgt ze: "En als u mijn mening afkeurt, spreek, ik zal naar u luisteren."

De vier nieuwe brieven zijn (zowel orgineel als vertaling) te bekijken op de website van het Nationaal Archief.




 

terug naar
2012
ga direct naar: