Vrijdagavond 3 juli speelde de Utrechtse stadsdichter Ingmar Heytze in Slot
Zuylen met poëzie en speelde Edisonwinnaar Ralph Rousseau Meulenbroeks op de
viola da gamba.
Een enthousiast publiek leverde in de pauze een aantal
steekwoorden die Ingmar vervolgens verwerkte in een gedicht (zie hieronder) dat hij
voordroeg met begeleiding van Ralph... Het werd het unieke programma dat zij
hadden beloofd!
Op 22 november komt Ingmar Heytze terug in Slot Zuylen met
het Utrechts Dichtersgilde; op 15 oktober begeleidt Ralph Meulenbroeks in
Slot Zuylen Lenny Kuhr!
GOBELIN
Ik haat het als je naast me zit met onweer in je snaren.
Keer de storm. Je bent een man van smarten, zeg je, ik zeg:
man, ik heb de helft nog niet verteld. Ruik de zomer, duik
de waterlelies achterna, de slotgracht in en kom verfrist
weer boven. Bruusk is de wereld, bruusk de tijd.
Klokken deinen, dobberen de branding door, waden
grimmig druipend aan land. Seconden lekken als loden
druppels op het zand, bedekken heel het strand tot één
egale, gloeiend hete plak ellende: D-day, elke dag.
En dan? Dat is dan zo. Neem er vandaag vakantie van,
al is het maar even, voor de duur van deze woorden.
Dat je zult verliezen zoals iedereen verloor: nu even niet.
De avond ademt om ons heen als een belofte. Alles kun
je krijgen, bijvoorbeeld een verzoeknummer: Agatha, en dat
gaat zo: Ik ben ergens halverwege als ik naar je kijk met deze
ogen. Mijn testament kan wachten, er is tijd – misschien heb ik
nog drieëndertig jaar, misschien te weinig dagen om jouw beeltenis
te maken. Het kan me niet veel schelen als ik jou maar heb, mijn
leven lang, Agatha – met je naam vol aah’s om te fluisteren
in de nacht, met je handen en je lippen en het eeuwige geheim
van wat er in je omgaat als je naar me kijkt en lacht terwijl ik
laag op laag breng, heen en weer been, zoekend naar je ware
kleuren. Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege,
in het midden van de wereld. Draag je mijn kinderen, later?
Mijn werk is mijn wapen tegen de tijd; mijn schild ben jij.
Zie je wel wat ik bedoel? Alles kun je krijgen, liefde en geluk,
elkaar, een gratis trouwlocatie, een piramide van ebbenhout
en ivoor, maar dan van olifanten die vanzelf al dood waren
gegaan na een lang en heel gelukkig olifantenleven (weven
moet ik, weven levenslang, zeven briefjes nog te gaan.
Portretten kijken op mijn vingers) de kroonjuwelen,
vlindervleugels, saudade of gewoon de blues; alles kunnen
jullie krijgen, voor de duur van dit gedicht: een kind,
een zijderups, nog een nacht vakantie van alles. Morgen
is je huis weer een hoop stenen, je tuin toekomstig onkruid,
je huid pas weer een houten vloer, de tijd een vallende dolk –
afgesproken?
03-07-2009 / Slot Zuylen / Ingmar Heytze