Hieronder staan de gedichten die worden ingezonden door de bezoekers van Dichten bij Belle op 22 november 2009. Belle, vanuit Zwitserland van Ad Jannsen is als winnend gedicht gekozen.
Belle, vanuit Zwitserland:
Vertel of de oude eik er nog staat,
ik vraag ernaar om het te weten.
Ik kwam er niet vaak, zoals dat gaat,
maar heb die plek nooit vergeten.
Vertel me hoe het licht, des avonds laat
over de Vecht ligt uitgestreken
of, schuw, bij prille dageraad
door hoog gevenster komt gekeken.
Hoe ’n spin weeft aan herfstig draad
hoe kikkers kwaken in de beken
’n perelaarstak dreigt door te breken
hoe bijen bouwen aan ‘n honingraat.
Maar zwijg over de slotgebreken
want dan krijg ik het hier te kwaad.
Ad Janssen
De penningmeester, vanuit wanhoop:
Geef ons straters, schilders, metsers,
liefst opgebouwd uit knoestig eelt.
Wat dat aan levenslengte scheelt!
Veel meer dan het gezaag van zwetsers.
Subsidie is een spel van kletsers.
Als geld voor onderhoud moet herverdeeld
bauwt men dat er een crisis speelt.
Nooit hoorde ik als smoes iets fletsers.
Geef ons sjouwers, zwoegers, zweters
want ons slot verdient iets beters
dan luid gebazel in een kroeg.
Wat baten ons dwaze debaters?
Helemaal niets. Halfweters
en intellectuelen zijn er genoeg.
Ad Janssen
Sonnet voor Belle
Aan Belle van Zuylen (31 jaar in een kasteel)
Hoeveel liefdeswoorden zijn er hier gedacht
Hoeveel gedachtes zijn er omgezet in woorden
Hoe vaak schreven vederen pennen hier akkoorden
En naar hoeveel liefde is gesmacht
Op vele huwelijkskandidaten is gewacht
Hoeveel kwamen er -vol trots- met hoge boorden
Het merendeel zou je esprit vermoorden
Dan wachtte weer een doorwaakte nacht
Was je opgesloten of was je in je element
Daarboven in die mooie kamer op het slot
Verlangde je naar liefde en miste je een vent
Je troostte je met de klassieken en las je rot
Vrijheid was je alles; aardse liefde nog niet gekend
Daarover schreef en droomde je, dat was je lot
6 november 2009
Fanny Kiezenberg
Bij het kasteel van Belle van Zuylen....
Varens en koekoeksbloemen
verscholen in het groen...
Jouw hand in mijn handen
Niet weten wat te doen..
Proef de stilte van dit oude kasteel
met zn geur van mos en regen....
Was het toeval..moest het echt zo zijn...
kwam zij hier de liefde tegen ?
Het licht speelt met de bladeren,
wilde bloemen in het zachte groen...
Jouw hand verborgen in mijn handen
en plotseling de eerste zoen...
Varens en koekoeksbloemn..
ze staan te dromen..
in het heldere licht van de zilveren maan..
Ik droom alleen: Zou zij nog komen...
en zie de vensters van t kasteel weer open staan...
De nacht vol geur van kamperfoelie..
maakt het verleden even waar...
t Zijn dromen..die tot leven komen...
Vertel me...hoe vergeet ik haar....
John Veldhuis
Huis te Zuylen
Laag traag land bij de zee
Lage polders langs de rivier
Oud huis
Nog maar net ontstegen
Aan de somberheid
Van middeleeuwen
Gelukkig zomer
Als je veilig in je kamer
Over slotgrachtzwart
Naar de slingermuur
In maanlicht lacht
En zelf kan denken
Of denkend wandelt
In de tuin met zon
Aarde onder je voeten
Boom en vrucht
De geur van bloemen
In de lucht
Je zucht en zoekt
Van buiten binnenkant
Van uiterlijk
Inhoud en verstand
Je leeft met rede
Niet in dit lage land
Je zoekt de toppen
Van bestaan
Niet tevergeefs
Je reikt ze aan
Rede en passie
Om verder te gaan
Dan laag traag land
En polders langs een rivier
Uit het mij dierbaar huis
Ben ik ontstegen
Aan de duisternis
Van onwetendheid
Arnhem, 23 november 2009
Elisabeth van Tuyll
Aan Isabelle de Charrière-van Tuyll
Op hoop van vrijheid vloog je uit
Tot waar je zon en maan zag
Boven bergen spiegelen in
Een meer van voor- en tegenspoed
Je schreef je zoeken naar jezelf
Je zocht al schrijvende de rede
Je wilde weerwerk en kritiek
Echt en kennis was je lief
Overkant verre geliefde
Kennis nooit volmaakt
Overkant het groot verlangen
Hartstocht waar de rede staakt
Je gedachten opgeschreven
Doen je tot het heden leven
En de zoektocht die je gaat
Roert me.. raakt
Arnhem, 23 november 2009
Elisabeth van Tuyll
Verboden liefde
Voor Belle
Ik mag niet met jou leven
Dat zou pas leven zijn!
Ik verlang met heel mijn wezen
En heel mijn hart doet pijn.
Wij houden de conventie
Van eerbaarheid in acht,
Maar in correspondentie
Is een andere wet van kracht.
Daar kunnen onze geesten
Vrij van alle plat fatsoen,
In alle vrijheid feesten
Een brief kan alles doen
Wat de moraal ons heeft verboden.
Wij zijn weliswaar geknecht
Door afstand en tijd geboden
Toch is de liefde echt.
Als mensen jouw brieven lezen
“Ik vlei me aan je voeten”
Zal het altijd duidelijk wezen
Dat ze concluderen moeten
Dat deze verboden liefde
In het hoofd en in het hart
Ons verbindt als twee geliefden
Die met gedeelde smart
In twee werelden bleven leven
Maar in de geest waren zij een.
De brieven zijn gebleven
En als iemand ze zal lezen
Komen wij opnieuw tot leven,
Zal onze liefde weer bestaan
En ons eeuwig leven geven
Net als de sterren, de zon en de maan.
Marion Kleuters / alias Em Kay
Vorige weblogberichten: