Geschiedenis van Slot Zuylen

De historie van Slot Zuylen gaat tot meer dan 750 jaar terug!

De Middeleeuwen

De geschiedenis van Slot Zuylen begint rond het jaar 1250. Toen bouwde Steven van Zuylen langs de Vecht een donjon, een vierkante woontoren met muren van 2.70 meter dik. De fundamenten werden opgegraven bij een restauratie en zijn nu nog opgemetseld zichtbaar in het terras.

 

Hoekse en Kabeljauwse twisten

Frank van Borssele (ca. 1395-1470)

Begin 15e eeuw was de toren eigendom van Frank van Borssele (de vierde echtgenoot van Jacoba van Beijeren). Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd de donjon verwoest door de Utrechters. Zij wilden meer vrijheid voor hun stad, terwijl Van Borssele aanhanger was van het centrale gezag van de Bourgondische hertogen. Na de verwoesting restte er een eeuw lang niet meer dan een ruïne.

 

 

 

 

 

De 16e en 17e eeuw

Rond 1525 liet graaf Willem van Rennenberg op de oude ruïne een nieuw kasteel bouwen en van een poortgebouw voorzien. Kort daarna namen de Staten van Utrecht het slot op in de officiële lijst van ridderhofsteden. Begin 17e eeuw kocht Adam van Lockhorst het kasteel als zomerverblijf. Hij wilde hiermee zijn nog jonge adellijke staat benadrukken.

Van Tuyll van Serooskerken

Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken en Anna Elisabeth van Reede. Schilderij door Gerard Hoet.

Toen Van Lockhorst stierf was de enige erfgenaam pas vier jaar oud: zijn kleindochter Anna Elisabeth van Reede. Haar moeder was overleden; haar vader was hertrouwd met zijn nicht, die een zoon had uit een vorig huwelijk: Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken. Men hield de bezittingen graag in de familie, dus toen Anna Elisabeth dertien was trouwde zij met haar neef en stiefbroer Hendrik Jacob. Door dit huwelijk in 1665 werd het slot eigendom van het geslacht Van Tuyll van Serooskerken, wat tot 1951 zo bleef.

 

 

De 18e eeuw

 Zo'n twee eeuwen bleef Slot Zuylen vrijwel onveranderd. Door goede contacten bleef het gespaard in het rampjaar 1672, toen menig ander kasteel door de Fransen werd verwoest. In 1752 gaf Diederik Jacob van Tuyll van Serooskerken de architect Jacob Marot opdracht tot een ingrijpende verbouwing. Volgens de mode van zijn tijd moest het middeleeuwse kasteel een buitenverblijf in Franse stijl worden.

Verbouwing

Plattegrond van de begane grond van Slot Zuylen. Jacob Marot, 1753Het slot kreeg een U-vorm: de weermuur werd gesloopt en de bijbehorende gracht gedempt, waardoor de binnenplaats een voorplein werd. Om een symmetrisch geheel te bereiken werd er een linkervleugel bijgebouwd. Via een nieuwe ingang op de begane grond bereikte men de hoofdverdieping over één van de marmeren trappen. Door aanbouw van een galerij hoefde men niet meer door de ene kamer naar de andere. Na de verbouwing in 1752 zijn er geen grote bouwkundige wijzigingen meer aangebracht. Wie nu Slot Zuylen bezoekt waant zich dan ook in de 18e eeuw.

 

De 19e en 20e eeuw

In de 19e en 20e eeuw speelden de verschillende generaties kasteelbewoners een hoofdrol in het sociale leven van het dorp Zuilen. Niet alleen was de baron pachtheer en werkgever, maar in sommige periodes ook burgemeester. De barones deed veel aan liefdadigheid. In 1900 haalden de dorpsbewoners de nieuwe kasteelheer, na een afwezigheid van bijna twintig jaar, dan ook met blijdschap binnen.

Laatste bewoners

Gobelinzaal in bewoonde staat, begin 20e eeuw

Tot 1951 bleef de familie Van Tuyll van Serooskerken eigenaar van het kasteel. De laatste bewoners brachten het slot, de tuin en veel van de inboedel onder in de Stichting Slot Zuylen, met als doel het geheel in stand te houden. De onderhouds- en personeelskosten waren te hoog geworden voor particuliere bewoning. Al meer dan vijftig jaar is het slot als museum opengesteld voor het publiek. In 1954 werd de gemeente Zuilen opgeheven en deels bij Utrecht, deels bij Maarssen gevoegd.




 

terug naar
Kasteel
ga direct naar: